Informo pri la vorto amper (nederlanda → esperanto: apenaŭ)

Sinonimoj: kwalijk, nauwelijks, ternauwernood

Vortspecoadverbo
Prononco/ˈɑmpər/
Dividoam·per

Uzekzemploj

Griekenland kon dit voorjaar amper nog geld lenen van banken wegens de buitensporig hoge schuld.
Ze waren amper weg of het staal van een mes werd ongeveer anderhalve meter boven de grond in de achterwand gestoken en met een flitsende beweging omlaag gerukt.
Maar dat is amper honderd meter!
In het openbare leven bestaat seks amper in Amerika.

Tradukoj

afrikansoskaars; nouliks
albanamezi
anglabarely; hardly; scarcely; scarce
danaknæppe
esperantoapenaŭ
feroaneyvan; valla
finnatuskin
francane … guère; à peine
germanakaum; gerade noch; fast nicht; nicht ganz; knapp
italaappena
katalunaa penes; amb prou feines; gairebé no; no fa gaire; tot just
okcidenta frizonaamper; kwealik; amperoan
papiamentoapenas
platgermanaamper
polazaledwie
portugalaapenas; logo que; mal; quase não
svedaknappast; knappt; näppeligen
turkaancak; sadece; zar zor
hispanaapenas
hungaraalig