Informo pri la vorto aftuigen (nederlanda → esperanto: bategi)

Sinonimoj: afranselen, beuken, aframmelen, een pak rammel geven

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɑftœʏ̯ɣə(n)/
Dividoaf·tui·gen

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) tuig af(ik) tuigde af
(jij) tuigt af(jij) tuigde af
(hij) tuigt af(hij) tuigde af
(wij) tuigen af(wij) tuigden af
(jullie) tuigen af(jullie) tuigden af
(gij) tuigt af(gij) tuigdet af
(zij) tuigen af(zij) tuigden af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) aftuige(dat ik) aftuigde
(dat jij) aftuige(dat jij) aftuigde
(dat hij) aftuige(dat hij) aftuigde
(dat wij) aftuigen(dat wij) aftuigden
(dat jullie) aftuigen(dat jullie) aftuigden
(dat gij) aftuiget(dat gij) aftuigdet
(dat zij) aftuigen(dat zij) aftuigden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
tuig aftuigt af
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
aftuigend, aftuigende(hebben) afgetuigd

Tradukoj

anglathrash
esperantobategi
germanaverhauen; verbläuen; verprügeln
latinocassare
okcidenta frizonaôftichelje; ôfrosse; omseamje
rusaбухать; бухнуть
saterlanda frizonaferhaue; ferwalkje; fertoobakje; katoolje; blouderch un blau haue; buukje; ferkammesoolje; ferklopje; truchhaue
hispanaaporrear; pegar; zurrar