Informo pri la vorto bus (nederlanda → esperanto: aŭtobuso)

Sinonimo: autobus

Vortspecosubstantivo
Prononco/bɵs/
Dividobus
Genrovira aŭ ina
Pluralobussen

Diminutivo
SingularoPluralo
busjebusjes

Uzekzemploj

De 23‐jarige studente werd in december 2012 door zes mannen verkracht in een bus in de Indiase hoofdstad New Delhi.
Bij een Russische aanval op een Oekraïens busje met burgers zijn zeker negen doden gevallen, melden de Oekraïense autoriteiten.
Ik denk dat ze de bus van half vijf wil halen.
Tien mensen kwamen om het leven toen de bus waarin ze zaten, werd bedolven onder een modderstroom.
Meerdere bussen raakten hierbij beschadigd.
Donderdag liep een bus met 36 passagiers vast in de sneeuw.

Tradukoj

afrikansobus
albanaautobus
anglabus; coach
cehaautobus
danabus
esperantoaŭtobuso; buso
feroabussur
finnabussi
francaautobus; autocar
germanaAutobus; Bus
italaautobus
katalunaautobús
kimrabws
malajabus; bas; bus sekolah
norvegabuss
okcidenta frizonabuso
papiamentobùs; konvoi
polaautobus
portugalaauto‐ónibus; autocarro
rumanaautobuz
rusaавтобус
saterlanda frizonaAutobus; Bus
tajaรถโดยสาร; รถเมล์
turkaotobüs
ukrainaавтобус
hispanaautobús
hungarabusz; autóbusz