Informo pri la vorto geeuwen (nederlanda → esperanto: oscedi)

Sinonimo: gapen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɣeːu̯ə(n)/
Dividogeeu·wen

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) geeuw(ik) geeuwde
(jij) geeuwt(jij) geeuwde
(hij) geeuwt(hij) geeuwde
(wij) geeuwen(wij) geeuwden
(jullie) geeuwen(jullie) geeuwden
(gij) geeuwt(gij) geeuwdet
(zij) geeuwen(zij) geeuwden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) geeuwe(dat ik) geeuwde
(dat jij) geeuwe(dat jij) geeuwde
(dat hij) geeuwe(dat hij) geeuwde
(dat wij) geeuwen(dat wij) geeuwden
(dat jullie) geeuwen(dat jullie) geeuwden
(dat gij) geeuwet(dat gij) geeuwdet
(dat zij) geeuwen(dat zij) geeuwden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
geeuwgeeuwt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
geeuwend, geeuwende(hebben) gegeeuwd

Uzekzemploj

Hij koos snel een schuilplaats achter een rotsblok en zag twee mannen uit de tunnel komen, die zich nog uitrekten en geeuwden, alsof ze zojuist wakker waren geworden.
Geeuwend en zijn armen uitstrekkend keek hij de andere kant uit.
Ook Malm scheen het voordeel ingezien te hebben Gunvald Larsson een tijdje niet in de buurt te hebben en Eric Möller geeuwde opnieuw en maakte de indruk verheugd te zijn dat de bijeenkomst ten einde liep.

Tradukoj

anglayawn
cehazívat
danagabe
esperantooscedi
feroageispa
finnahaukotella
francabâiller
germanagähnen
italasbadigliare
katalunabadallar
latinooscitare; oscitari
papiamentohap
portugalaabrir a boca; bocejar
saterlanda frizonajaanje; joanje; hoojoanje
hispanabostezar