Informo pri la vorto moorden (nederlanda → esperanto: masakri)

Sinonimoj: afslachten, neerhouwen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈmoːrdə(n)/
Dividomoor·den

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) moord(ik) moordde
(jij) moordt(jij) moordde
(hij) moordt(hij) moordde
(wij) moorden(wij) moordden
(jullie) moorden(jullie) moordden
(gij) moordt(gij) moorddet
(zij) moorden(zij) moordden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) moorde(dat ik) moordde
(dat jij) moorde(dat jij) moordde
(dat hij) moorde(dat hij) moordde
(dat wij) moorden(dat wij) moordden
(dat jullie) moorden(dat jullie) moordden
(dat gij) moordet(dat gij) moorddet
(dat zij) moorden(dat zij) moordden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
moordmoordt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
moordend, moordende(hebben) gemoord

Uzekzemploj

Die trekken nu moordend door de stad, met misschien al wel tienduizenden burgerdoden tot gevolg.

Tradukoj

anglamassacre
esperantomasakri
francamassacrer
germanamassakrieren
italamassacrare
portugalamassacrar
saterlanda frizonamassakrierje