Informo pri la vorto goedmaken (nederlanda → esperanto: kompensi)

Sinonimoj: compenseren, vergoeden

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɣutmakə(n)/
Dividogoed·ma·ken

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) maak goed(ik) maakte goed
(jij) maakt goed(jij) maakte goed
(hij) maakt goed(hij) maakte goed
(wij) maken goed(wij) maakten goed
(jullie) maken goed(jullie) maakten goed
(gij) maakt goed(gij) maaktet goed
(zij) maken goed(zij) maakten goed
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) goedmake(dat ik) goedmaakte
(dat jij) goedmake(dat jij) goedmaakte
(dat hij) goedmake(dat hij) goedmaakte
(dat wij) goedmaken(dat wij) goedmaakten
(dat jullie) goedmaken(dat jullie) goedmaakten
(dat gij) goedmaket(dat gij) goedmaaktet
(dat zij) goedmaken(dat zij) goedmaakten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
maak goedmaakt goed
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
goedmakend, goedmakende(hebben) goedgemaakt

Uzekzemploj

Kom mee naar het prieel, dan zal ik het weer goedmaken.

Tradukoj

anglaredress; atone
esperantokompensi
francacompenser
germanaausgleichen; entschädigen; ersetzen; vergüten; kompensieren; abfinden; wettmachen
katalunacompensar
rusaвозмещать
saterlanda frizonauutglieke; äntschäädigje; ärsätte; fergöidje; äntskäädigje
hispanacompensar