Informo pri la vorto aftakelen (nederlanda → esperanto: kadukiĝi)

Sinonimoj: gebrekkig worden, in verval raken, vervallen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɑftakələ(n)/
Dividoaf·ta·ke·len

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) takel af(ik) takelde af
(jij) takelt af(jij) takelde af
(hij) takelt af(hij) takelde af
(wij) takelen af(wij) takelden af
(jullie) takelen af(jullie) takelden af
(gij) takelt af(gij) takeldet af
(zij) takelen af(zij) takelden af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) aftakele(dat ik) aftakelde
(dat jij) aftakele(dat jij) aftakelde
(dat hij) aftakele(dat hij) aftakelde
(dat wij) aftakelen(dat wij) aftakelden
(dat jullie) aftakelen(dat jullie) aftakelden
(dat gij) aftakelet(dat gij) aftakeldet
(dat zij) aftakelen(dat zij) aftakelden
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
aftakelend, aftakelende(zijn) afgetakeld

Tradukoj

anglabe on the decline; go downhill; go off; decay
esperantokadukiĝi
germanagebrechlich werden; verfallen
okcidenta frizonaminder wurde; ôftakelje
hispanaenvejecer