Sinonimoj: van plan zijn, voorhebben, zich voorstellen, van zins zijn, beogen, in de zin hebben, zinnens zijn
| Vortspeco | verbo |
|---|
| Divido | voor·ne·mens zijn |
|---|
Ik ben voornemens zo ver mogelijk afstand te nemen van deze aangelegenheid.
Ze is voornemens hem de les te lezen.
De verklaring maakte zeer duidelijk dat admiraal Yamamoto niet voornemens was toe te geven aan de bezwaren van de generale staf der marine.
Hij was afpersing voornemens ten einde slechts zichzelf te verrijken.