Sinonimoj: ageren, doen, bezig zijn, handelen, optreden, handelen, presteren, in touw zijn
| Vortspeco | verbo |
|---|
| Divido | te werk gaan |
|---|
Ik ben van mening dat het erg verstandig is om voorzichtig te werk te gaan bij het leggen van contact.
Ik moet heel voorzichtig te werk gaan.