Informo pri la vorto afsmeken (nederlanda → esperanto: elpetigi)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɑfsmekə(n)/
Dividoaf·sme·ken

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) smeek af(ik) smeekte af
(jij) smeekt af(jij) smeekte af
(hij) smeekt af(hij) smeekte af
(wij) smeken af(wij) smeekten af
(jullie) smeken af(jullie) smeekten af
(gij) smeekt af(gij) smeektet af
(zij) smeken af(zij) smeekten af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) afsmeke(dat ik) afsmeekte
(dat jij) afsmeke(dat jij) afsmeekte
(dat hij) afsmeke(dat hij) afsmeekte
(dat wij) afsmeken(dat wij) afsmeekten
(dat jullie) afsmeken(dat jullie) afsmeekten
(dat gij) afsmeket(dat gij) afsmeektet
(dat zij) afsmeken(dat zij) afsmeekten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
smeek afsmeekt af
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
afsmekend, afsmekende(hebben) afgesmeekt

Tradukoj

anglaimplore; invoke
esperantoelpetigi
hispanaimplorar; suplicar