Informo pri la vorto snijden (nederlanda → esperanto: ĉizi)

Sinonimo: beitelen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈsnɛɪ̯də(n)/, /ˈsnɛɪ̯jə(n)/
Dividosnij·den

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) snij, snijd(ik) sneed
(jij) snijdt(jij) sneed
(hij) snijdt(hij) sneed
(wij) snijden(wij) sneden
(jullie) snijden(jullie) sneden
(gij) snijdt(gij) sneedt
(zij) snijden(zij) sneden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) snijde(dat ik) snede
(dat jij) snijde(dat jij) snede
(dat hij) snijde(dat hij) snede
(dat wij) snijden(dat wij) sneden
(dat jullie) snijden(dat jullie) sneden
(dat gij) snijdet(dat gij) snedet
(dat zij) snijden(dat zij) sneden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
snij, snijdsnijdt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
snijdend, snijdende(hebben) gesneden

Uzekzemploj

Langdons blik gleed naar de zeven letters die onder de duivel waren gesneden.

Tradukoj

anglacarve; whittle
esperantoĉizi
feroahøgga út
francaburiner; ciseler; tailler
germanameißeln
katalunacisellar
portugalacinzelar; entalhar; lavrar
saterlanda frizonaboitelje; ziselierje
hispanacincelar; labrar