Informo pri la vorto sparen (nederlanda → esperanto: domaĝi)

Sinonimoj: het jammer vinden van, bezorgd zijn om, vrezen voor, willen sparen, willen besparen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈspaːrə(n)/
Dividospa·ren

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) spaar(ik) spaarde
(jij) spaart(jij) spaarde
(hij) spaart(hij) spaarde
(wij) sparen(wij) spaarden
(jullie) sparen(jullie) spaarden
(gij) spaart(gij) spaardet
(zij) sparen(zij) spaarden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) spare(dat ik) spaarde
(dat jij) spare(dat jij) spaarde
(dat hij) spare(dat hij) spaarde
(dat wij) sparen(dat wij) spaarden
(dat jullie) sparen(dat jullie) spaarden
(dat gij) sparet(dat gij) spaardet
(dat zij) sparen(dat zij) spaarden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
spaarspaart
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
sparend, sparende(hebben) gespaard

Uzekzemploj

Bayern München spaarde geen moeite om het goede nieuws met de wereld te delen.

Tradukoj

anglaspare
esperantodomaĝi
francaménager; regretter
germanadauern; zu schade sein; leid tun; schonen; verschonen; kargen mit
katalunadoldre; recar; saber greu; témer un mal; tenir llàstima de
portugalater medo de gastar