Informo pri la vorto afklimmen (nederlanda → esperanto: malsuprengrimpi)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɑfklɪmən/
Dividoaf·klim·men

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) klim af(ik) klom af
(jij) klimt af(jij) klom af
(hij) klimt af(hij) klom af
(wij) klimmen af(wij) klommen af
(jullie) klimmen af(jullie) klommen af
(gij) klimt af(gij) klomt af
(zij) klimmen af(zij) klommen af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) afklimme(dat ik) afklomme
(dat jij) afklimme(dat jij) afklomme
(dat hij) afklimme(dat hij) afklomme
(dat wij) afklimmen(dat wij) afklommen
(dat jullie) afklimmen(dat jullie) afklommen
(dat gij) afklimmet(dat gij) afklommet
(dat zij) afklimmen(dat zij) afklommen
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
klim afklimt af
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
afklimmend, afklimmende(zijn) afgeklommen

Uzekzemploj

Deze woorden maakten de vorsten zo beangst dat zij, onder lle mogelijke voorzorgen om de geest niet te wekken, begonnen af te klimmen.

Tradukoj

anglaclimb down
esperantomalsuprengrimpi