Informo pri la vorto verordineren (nederlanda → esperanto: ordoni)

Sinonimoj: bevelen, gelasten, sommeren, verordenen, voorschrijven, gebieden, bevel geven, verordonneren, ordonneren

Vortspecoverbo
Prononco/vərɔrdiˈneːrə(n)/
Dividover·or·di·ne·ren

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) verordineer(ik) verordineerde
(jij) verordineert(jij) verordineerde
(hij) verordineert(hij) verordineerde
(wij) verordineren(wij) verordineerden
(jullie) verordineren(jullie) verordineerden
(gij) verordineert(gij) verordineerdet
(zij) verordineren(zij) verordineerden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) verordinere(dat ik) verordineerde
(dat jij) verordinere(dat jij) verordineerde
(dat hij) verordinere(dat hij) verordineerde
(dat wij) verordineren(dat wij) verordineerden
(dat jullie) verordineren(dat jullie) verordineerden
(dat gij) verordineret(dat gij) verordineerdet
(dat zij) verordineren(dat zij) verordineerden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
verordineerverordineert
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
verordinerend, verordinerende(hebben) verordineerd

Uzekzemploj

Op zekere dag, toen Schahriar een grote jachtpartij op twee dagreizen afstand van zijn hoofdstad, in een streek waar veel herten waren, had verordineerd, verzocht hem Schahzenan, hem niet te hoeven vergezellen, omdat de staat van zijn gezondheid hem belette van de partij te zijn.

Tradukoj

afrikansobeveel; gelas
anglaorder
esperantoordoni
feroaskipa fyri
finnakäskeä
francacommander; enjoindre; ordonner; sommer
germanaanordnen; befehlen; gebieten; verordnen; vorschreiben
katalunamanar; ordenar
luksemburgiabefielen; virschreiwen
okcidenta frizonabefelje
polarozkazywać
portugaladar ordem; mandar; ordenar; prescrever
rumanacomanda; ordona
rusaвелеть; приказать; приказывать
saterlanda frizonaanoardenje; befeele; gebjoode; feroardenje; foarschrieuwe; foarskrieuwe
svedabefalla; påbjuda
tajaสั่ง
hispanamandar; ordenar