Informo pri la vorto aansporen (nederlanda → esperanto: sproni)

Sinonimoj: de sporen geven, prikkelen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈanspoːrə(n)/
Dividoaan·spo·ren

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) spoor aan(ik) spoorde aan
(jij) spoort aan(jij) spoorde aan
(hij) spoort aan(hij) spoorde aan
(wij) sporen aan(wij) spoorden aan
(jullie) sporen aan(jullie) spoorden aan
(gij) spoort aan(gij) spoordet aan
(zij) sporen aan(zij) spoorden aan
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) aanspore(dat ik) aanspoorde
(dat jij) aanspore(dat jij) aanspoorde
(dat hij) aanspore(dat hij) aanspoorde
(dat wij) aansporen(dat wij) aanspoorden
(dat jullie) aansporen(dat jullie) aanspoorden
(dat gij) aansporet(dat gij) aanspoordet
(dat zij) aansporen(dat zij) aanspoorden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
spoor aanspoort aan
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
aansporend, aansporende(hebben) aangespoord

Uzekzemploj

Hij spoorde zijn paard licht aan en reed het woud in.

Tradukoj

afrikansoaanspoor
anglaspur; stimulate
esperantosproni
francainciter
portugalaesporar; esporear
hispanaespolear