Informo pri la vorto afgeven (nederlanda → esperanto: transdoni)

Sinonimoj: aanreiken, afdragen, overbrengen, overgeven, toereiken, overreiken, doorgeven, overdragen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɑfxevə(n)/
Dividoaf·ge·ven

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) geef af(ik) gaf af
(jij) geeft af(jij) gaf af
(hij) geeft af(hij) gaf af
(wij) geven af(wij) gaven af
(jullie) geven af(jullie) gaven af
(gij) geeft af(gij) gaaft af
(zij) geven af(zij) gaven af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) afgeve(dat ik) afgave
(dat jij) afgeve(dat jij) afgave
(dat hij) afgeve(dat hij) afgave
(dat wij) afgeven(dat wij) afgaven
(dat jullie) afgeven(dat jullie) afgaven
(dat gij) afgevet(dat gij) afgavet
(dat zij) afgeven(dat zij) afgaven
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
geef afgeeft af
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
afgevend, afgevende(hebben) afgegeven

Uzekzemploj

Dit is het pakje dat hij zou afgeven.

Tradukoj

afrikansooordra; aangee; afgee
anglahand; hand over; deliver
esperantotransdoni
germanaangeben; aushändigen; einhändigen; herreichen; überliefern; übergeben; überreichen; weitergeben
okcidenta frizonaoanlangje; oanrikke; ôfjaan; ôfdrage
polaprzekazać
portugalaalienar; transmitir
saterlanda frizonaanreeke; häärreeke; uurlääwerje
hispanaalargar; transferir