Informo pri la vorto sturen (nederlanda → esperanto: direkti)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈstyːrə(n)/
Dividostu·ren

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) stuur(ik) stuurde
(jij) stuurt(jij) stuurde
(hij) stuurt(hij) stuurde
(wij) sturen(wij) stuurden
(jullie) sturen(jullie) stuurden
(gij) stuurt(gij) stuurdet
(zij) sturen(zij) stuurden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) sture(dat ik) stuurde
(dat jij) sture(dat jij) stuurde
(dat hij) sture(dat hij) stuurde
(dat wij) sturen(dat wij) stuurden
(dat jullie) sturen(dat jullie) stuurden
(dat gij) sturet(dat gij) stuurdet
(dat zij) sturen(dat zij) stuurden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
stuurstuurt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
sturend, sturende(hebben) gestuurd

Uzekzemploj

Hij kon niets ontdekken, maar was er toch niet gerust op en stuurde ons naar de spoedeisende hulp.

Tradukoj

esperantodirekti
okcidenta frizonastjoere