Informo pri la vorto toebrengen (nederlanda → esperanto: fari)

Sinonimoj: doen, sluiten, afsluiten, aandoen, aangaan, stellen

Vortspecoverbo
Prononco/ˈtubrɛŋə(n)/
Dividotoe·bren·gen

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) breng toe(ik) bracht toe
(jij) brengt toe(jij) bracht toe
(hij) brengt toe(hij) bracht toe
(wij) brengen toe(wij) brachten toe
(jullie) brengen toe(jullie) brachten toe
(gij) brengt toe(gij) brachtet toe
(zij) brengen toe(zij) brachten toe
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) toebrenge(dat ik) toebrachte
(dat jij) toebrenge(dat jij) toebrachte
(dat hij) toebrenge(dat hij) toebrachte
(dat wij) toebrengen(dat wij) toebrachten
(dat jullie) toebrengen(dat jullie) toebrachten
(dat gij) toebrenget(dat gij) toebrachtet
(dat zij) toebrengen(dat zij) toebrachten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
breng toebrengt toe
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
toebrengend, toebrengende(hebben) toegebracht

Uzekzemploj

Je hebt mij een wond toegebracht die tot het einde der tijden niet zal helen.

Tradukoj

afrikansoaangaan; aandoen
anglastrike
esperantofari
germanaschließen
jamajka-kreoladu
okcidenta frizonadwaan
platgermanaangån
skotadae