Informo pri la vorto doen (nederlanda → esperanto: fari)

Vortspecoverbo
Prononco/dun/
Dividodoen

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) doe(ik) deed
(jij) doet(jij) deed
(hij) doet(hij) deed
(wij) doen(wij) deden
(jullie) doen(jullie) deden
(gij) doet(gij) deedt
(zij) doen(zij) deden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) doe(dat ik) dede
(dat jij) doe(dat jij) dede
(dat hij) doe(dat hij) dede
(dat wij) doen(dat wij) deden
(dat jullie) doen(dat jullie) deden
(dat gij) doet(dat gij) dedet
(dat zij) doen(dat zij) deden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
doedoet
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
doend, doende(hebben) gedaan

Uzekzemploj

Aanvankelijk verrichtte de assistent zijn bezigheden met grote tegenzin, maar al doende begon hij er aardigheid in te krijgen.
Marino moet zijn plicht doen en de waarheid vertellen.

Tradukoj

afrikansodoen
anglado
esperantofari
francafaire
jamajka-kreoladu
okcidenta frizonadwaan
papiamentohasi
skotadae
tajaทำ