Informo pri la vorto staaf (nederlanda → esperanto: stango)

Sinonimoj: baar, paal, pijp, roede, schacht, spijl, stang, boom, schaft, roe

Vortspecosubstantivo
Prononco/staf/
Dividostaaf
Genrohistorie ina, nuntempe ankaŭ vira
Pluralostaven

Diminutivo
SingularoPluralo
staafjestaafjes

Uzekzemploj

Maar we hebben die staven dynamiet.
Aan het einde was hij afgesloten door een hek van dikke ijzeren staven.
Waarom zou ik één staaf zilver betalen voor een vrouw die in het bezit is geweest van tientallen mannen?
De priester sloeg met een zilveren staaf op een gouden gong.

Tradukoj

anglarod; bar
cehatyč; žerď; prut
esperantostango
feroastong; stólpi
francabâton; gaule; perche; barre; barreau
germanaBarre; Stange
italabarra
katalunabarra; pal; vara
latinoasser; contus; hasta; trudis
norvegastang
okcidenta frizonastange
papiamentobara
portugalacana; estaca; haste; mastro; pau; percha; poste; vara
rusaбрусок
saterlanda frizonaStange; Peel
svedaspö
hispanabarra; vara