Informo pri la vorto wie (nederlanda → esperanto: kiu)

Sinonimo: welk

Vortspeconekonata parolparto
Prononco/ʋi/
Dividowie

Uzekzemploj

Door wie wordt hij gevolgd?
Wie bent u?
Van wie heb je gehoord dat er weer een dode zwerver is gevonden?
Wie heeft hem binnengelaten?
Met wie moet ik in Nassau contact opnemen?
Die enkele dagen uitstel kon ze goed gebruiken en wie weet wat er in de tussentijd gebeurde?
Van wie heb je gehoord dat ik ziek was?
Wie breng je me daar, agent?
Wie woonden er toen in het land?
Wie zijn het?
Wie kon dat ook weten?
En wie is nu de baas van heel de kolonie?

Tradukoj

afrikansowie
anglawho; which
cehakdo; který
danahvem
esperantokiu
francaqui; qu’est‐ce qui; qui est‐ce qui
germanawer; welcher
grekaποιος
islandahver
jamajka-kreolauu; wich wan
jidaװער
kabiliaanwa (ⴰⵏⵡⴰ)
katalunaqui
malajasiapa
okcidenta frizonawa
papiamentoken; kende; kua
polakto
rusaкто
skotawha
skota gaela
tajaใคร; อันไหน
hispanaquien; quién; cuál