Informo pri la vorto klinken (nederlanda → esperanto: soni)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈklɪŋkə(n)/
Dividoklin·ken

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) klink(ik) klonk
(jij) klinkt(jij) klonk
(hij) klinkt(hij) klonk
(wij) klinken(wij) klonken
(jullie) klinken(jullie) klonken
(gij) klinkt(gij) klonkt
(zij) klinken(zij) klonken
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) klinke(dat ik) klonke
(dat jij) klinke(dat jij) klonke
(dat hij) klinke(dat hij) klonke
(dat wij) klinken(dat wij) klonken
(dat jullie) klinken(dat jullie) klonken
(dat gij) klinket(dat gij) klonket
(dat zij) klinken(dat zij) klonken
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
klinkend, klinkende(hebben) geklonken

Uzekzemploj

Dit klinkt erg interessant.
Haar stem klonk aangenaam, maar haar accent verraadde dat ze uit het noorden kwam, en dat zou haar niet populair maken in Cimarron Creek.
Het klonk alsof ze mij raad gaf.
Ze klinkt precies als mama.
Maar daareven zei je dat je je woorden anders bedoelt dan ze klinken.

Tradukoj

afrikansoklink
anglasound; ring
esperantosoni
germanaklingen
skotasoond