Informo pri la vorto af (nederlanda → esperanto: de sur)

Sinonimoj: vanaf, van, van … af

Vortspeconekonata parolparto
Prononco/ɑf/
Dividoaf

Uzekzemploj

De vrouwen renden de heuvel af.
Snel opende hij een koffer, nam er een laken en wat andere voorwerpen uit en haastte zich de trap af.
Heer Bommel sjokte op dat moment gebogen de berg af, terwijl zijn verstoorde gedachten zich langzaam weer begonnen te verzamelen.
Hij vluchtte de berg af.
Hij draaide zich om en liep de trap weer af.

Tradukoj

afrikansoaf
anglaoff
esperantode sur