Información sobre la palabra weerzinwekkend (neerlandés → Esperanto: naŭza)

Sinónimos: misselijk, onsmakelijk, stuitend, walgelijk, walglijk, wee, ziekmakend

Categoría gramaticaladjetivo
Pronunciación/ʋerzɪnˈʋɛkənt/
Separaciónweer·zin·wek·kend

Grados de comparación

Positivoweerzinwekkend
Comparativoweerzinwekkender
Superlativoweerzinwekkendst

Declinación

 PositivoComparativoSuperlativo
Predicativoweerzinwekkendweerzinwekkender(het) weerzinwekkendst, (het) weerzinwekkendste
AtributivoIndefinidoPlural masulino y femininoweerzinwekkendeweerzinwekkendereweerzinwekkendste
Singular masculinoweerzinwekkendweerzinwekkenderweerzinwekkendst
Pluralweerzinwekkendeweerzinwekkendereweerzinwekkendste
Definidoweerzinwekkendeweerzinwekkendereweerzinwekkendste
Partitivoweerzinwekkendsweerzinwekkenders 

Muestras de uso

Ook de ouders van Pretti zijn woedend over de „weerzinwekkende leugens” die de regering over hun zoon vertelt.
Ze was afschuwelijk, weerzinwekkend.
Ik vind het een volkomen weerzinwekkend idee.
De weerzinwekkende grijsaard stiet op de achtergrond een holle lach uit en wreef zich de knokige handen.
Met deze woorden klom hij op zijn stoel en gaf een vreselijke ruk aan het weerzinwekkende nagerecht.

Traducciones

esperantonaŭza
feroésvamlisligur; andstyggiligur
griegoαηδής
inglésalien; sickening
papiamentoabominabel
portuguésnauseante