Información sobre la palabra beteugelen (neerlandés → Esperanto: bridi)

Sinónimos: bedwingen, betomen, intomen, in toom houden, in de hand houden

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/bəˈtøɣələ(n)/
Separaciónbe·teu·ge·len

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) beteugel(ik) beteugelde
(jij) beteugelt(jij) beteugelde
(hij) beteugelt(hij) beteugelde
(wij) beteugelen(wij) beteugelden
(jullie) beteugelen(jullie) beteugelden
(gij) beteugelt(gij) beteugeldet
(zij) beteugelen(zij) beteugelden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) beteugele(dat ik) beteugelde
(dat jij) beteugele(dat jij) beteugelde
(dat hij) beteugele(dat hij) beteugelde
(dat wij) beteugelen(dat wij) beteugelden
(dat jullie) beteugelen(dat jullie) beteugelden
(dat gij) beteugelet(dat gij) beteugeldet
(dat zij) beteugelen(dat zij) beteugelden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
beteugelbeteugelt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
beteugelend, beteugelende(hebben) beteugeld

Muestras de uso

Zo ruziede hij openlijk met de Oekraïense president Zelensʹkyj, beteugelde hij kritische media, legde hij een bom onder de wereldhandel door forse importheffingen in te voeren en liet hij militair machtsvertoon zien in binnen‐ en buitenland.

Traducciones

alemánzügeln; zäumen; aufzäumen; im Zaume halten; bezähmen; im Zaum halten
españolcontener; refrenar; reprimir
esperantobridi
feroéstjóðra; binda
francésretenir; réprimer
frisón de Saterlandaptäilje; aptoomje; töögelje
frisón occidentalbetwinge
inglésbridle; check; restrain; curb; rein in
portuguésentravar; frear; moderar; pôr freio em; serenar