Información sobre la palabra wegpikken (neerlandés → Esperanto: ŝteleti)

Sinónimos: snaaien, pikken

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) pik weg(ik) pikte weg
(jij) pikt weg(jij) pikte weg
(hij) pikt weg(hij) pikte weg
(wij) pikken weg(wij) pikten weg
(jullie) pikken weg(jullie) pikten weg
(gij) pikt weg(gij) piktet weg
(zij) pikken weg(zij) pikten weg
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) wegpikke(dat ik) wegpikte
(dat jij) wegpikke(dat jij) wegpikte
(dat hij) wegpikke(dat hij) wegpikte
(dat wij) wegpikken(dat wij) wegpikten
(dat jullie) wegpikken(dat jullie) wegpikten
(dat gij) wegpikket(dat gij) wegpiktet
(dat zij) wegpikken(dat zij) wegpikten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
pik wegpikt weg
Participios
Participio presenteParticipio pasado
wegpikkend, wegpikkende(hebben) weggepikt

Traducciones

esperantoŝteleti
ingléspinch