Información sobre la palabra verzweren (neerlandés → Esperanto: ulceriĝi)

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(hij) verzweert(hij) verzweerde
(zij) verzweren(zij) verzweerden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat hij) verzwere(dat hij) verzweerde
(dat zij) verzweren(dat zij) verzweerden
Participios
Participio presenteParticipio pasado
verzwerend, verzwerende(zijn) verzweerd

Traducciones

esperantoulceriĝi
portuguésulcerar