Información sobre la palabra dóórstoten (neerlandés → Esperanto: trapuŝi)

Sinónimo: doordrukken

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈdoːrstotə(n)/
Separacióndoor·sto·ten

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) stoot soor(ik) stiet soor, stootte soor
(jij) stoot soor(jij) stiet soor, stootte soor
(hij) stoot soor(hij) stiet soor, stootte soor
(wij) stoten soor(wij) stieten soor, stootten soor
(jullie) stoten soor(jullie) stieten soor, stootten soor
(gij) stoot soor(gij) stiet soor, stoottet soor
(zij) stoten soor(zij) stieten soor, stootten soor
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) doorstote(dat ik) doorstiete, doorstootte
(dat jij) doorstote(dat jij) doorstiete, doorstootte
(dat hij) doorstote(dat hij) doorstiete, doorstootte
(dat wij) doorstoten(dat wij) doorstieten, doorstootten
(dat jullie) doorstoten(dat jullie) doorstieten, doorstootten
(dat gij) doorstotet(dat gij) doorstietet, doorstoottet
(dat zij) doorstoten(dat zij) doorstieten, doorstootten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
stoot doorstoot door
Participios
Participio presenteParticipio pasado
doorstotend, doorstotende(zijn) doorgestoten

Muestras de uso

Mogelijk willen de Oekraïners doorstoten naar de goed verdedigde plaats Tokmak, om daarna op te rukken naar Melitopolʹ en de kust van de Zwarte Zee.