Información sobre la palabra vervoeren (neerlandés → Esperanto: transporti)

Sinónimos: overbrengen, transporteren, voeren

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) vervoer(ik) vervoerde
(jij) vervoert(jij) vervoerde
(hij) vervoert(hij) vervoerde
(wij) vervoeren(wij) vervoerden
(jullie) vervoeren(jullie) vervoerden
(gij) vervoert(gij) vervoerdet
(zij) vervoeren(zij) vervoerden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) vervoere(dat ik) vervoerde
(dat jij) vervoere(dat jij) vervoerde
(dat hij) vervoere(dat hij) vervoerde
(dat wij) vervoeren(dat wij) vervoerden
(dat jullie) vervoeren(dat jullie) vervoerden
(dat gij) vervoeret(dat gij) vervoerdet
(dat zij) vervoeren(dat zij) vervoerden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
vervoervervoert
Participios
Participio presenteParticipio pasado
vervoerend, vervoerende(hebben) vervoerd

Traducciones

afrikáansvervoer
alemánbefördern; übertragen
danéstransportere
españoltraferir; transferir; transportar
esperantotransporti
francésreporter; transporter
frisón de Saterlandbeföärderje; uurdreege; transportierje
frisón occidentalferfiere
ingléstransport; carry
italianotrasportare
luxemburguéstransportéieren
malayoangkut … mengangkut
papiamentotransportá
polacoprzenosić
portuguéstransportar
suecobefordra; forsla; frakta; transportera
tailandésขน