Información sobre la palabra aanschieten (neerlandés → Esperanto: surmeti rapide)

Sinónimo: vlug aantrekken

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈansxitə(n)/
Separaciónaan·schie·ten

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) schiet aan(ik) schoot aan
(jij) schiet aan(jij) schoot aan
(hij) schiet aan(hij) schoot aan
(wij) schieten aan(wij) schoten aan
(jullie) schieten aan(jullie) schoten aan
(gij) schiet aan(gij) schoot aan
(zij) schieten aan(zij) schoten aan
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) aanschiete(dat ik) aanschote
(dat jij) aanschiete(dat jij) aanschote
(dat hij) aanschiete(dat hij) aanschote
(dat wij) aanschieten(dat wij) aanschoten
(dat jullie) aanschieten(dat jullie) aanschoten
(dat gij) aanschietet(dat gij) aanschotet
(dat zij) aanschieten(dat zij) aanschoten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
schiet aanschiet aan
Participios
Participio presenteParticipio pasado
aanschietend, aanschietende(hebben) aangeschoten

Muestras de uso

Zo mopperend schoot hij een kamerjas aan en begaf zich naar beneden om de voordeur te openen.
Hij had een jasje aangeschoten over zijn pyjama en had een geweer bij zich.

Traducciones

esperantosurmeti rapide
inglésslip on