Información sobre la palabra uitwerken (neerlandés → Esperanto: rezultigi)

Sinónimos: ten gevolge hebben, tot gevolg hebben, resulteren in, uitmonden in, uitvallen in

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈœʏ̯tʋɛrkə(n)/
Separaciónuit·wer·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) werk uit(ik) werkte uit
(jij) werkt uit(jij) werkte uit
(hij) werkt uit(hij) werkte uit
(wij) werken uit(wij) werkten uit
(jullie) werken uit(jullie) werkten uit
(gij) werkt uit(gij) werktet uit
(zij) werken uit(zij) werkten uit
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) uitwerke(dat ik) uitwerkte
(dat jij) uitwerke(dat jij) uitwerkte
(dat hij) uitwerke(dat hij) uitwerkte
(dat wij) uitwerken(dat wij) uitwerkten
(dat jullie) uitwerken(dat jullie) uitwerkten
(dat gij) uitwerket(dat gij) uitwerktet
(dat zij) uitwerken(dat zij) uitwerkten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
werk uitwerkt uit
Participios
Participio presenteParticipio pasado
uitwerkend, uitwerkende(hebben) uitgewerkt

Traducciones

afrikáanstot gevolg hê
esperantorezultigi
inglésbring about
portuguésresultar em; ter como resultado