Información sobre la palabra vereenvoudigen (neerlandés → Esperanto: plisimpligi)

Sinónimo: versimpelen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/vərenˈvʌʊ̯dəɣə(n)/
Separaciónver·een·vou·di·gen

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) vereenvoudig(ik) vereenvoudigde
(jij) vereenvoudigt(jij) vereenvoudigde
(hij) vereenvoudigt(hij) vereenvoudigde
(wij) vereenvoudigen(wij) vereenvoudigden
(jullie) vereenvoudigen(jullie) vereenvoudigden
(gij) vereenvoudigt(gij) vereenvoudigdet
(zij) vereenvoudigen(zij) vereenvoudigden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) vereenvoudige(dat ik) vereenvoudigde
(dat jij) vereenvoudige(dat jij) vereenvoudigde
(dat hij) vereenvoudige(dat hij) vereenvoudigde
(dat wij) vereenvoudigen(dat wij) vereenvoudigden
(dat jullie) vereenvoudigen(dat jullie) vereenvoudigden
(dat gij) vereenvoudiget(dat gij) vereenvoudigdet
(dat zij) vereenvoudigen(dat zij) vereenvoudigden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
vereenvoudigvereenvoudigt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
vereenvoudigend, vereenvoudigende(hebben) vereenvoudigd

Muestras de uso

Mooi, dat vereenvoudigt de zaak.

Traducciones

escocéssimplifee
esperantoplisimpligi; simpligi
frisón occidentalferienfâldigje
ingléssimplify