Información sobre la palabra vertragen (neerlandés → Esperanto: malakceli)

Sinónimo: decelereren

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/vərˈtraɣə(n)/
Separaciónver·tra·gen

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) vertraag(ik) vertraagde
(jij) vertraagt(jij) vertraagde
(hij) vertraagt(hij) vertraagde
(wij) vertragen(wij) vertraagden
(jullie) vertragen(jullie) vertraagden
(gij) vertraagt(gij) vertraagdet
(zij) vertragen(zij) vertraagden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) vertrage(dat ik) vertraagde
(dat jij) vertrage(dat jij) vertraagde
(dat hij) vertrage(dat hij) vertraagde
(dat wij) vertragen(dat wij) vertraagden
(dat jullie) vertragen(dat jullie) vertraagden
(dat gij) vertraget(dat gij) vertraagdet
(dat zij) vertragen(dat zij) vertraagden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
vertraagvertraagt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
vertragend, vertragende(hebben) vertraagd

Traducciones

alemánhemmen; verzögern
esperantomalakceli
francésralentir; décélérer; retarder; faire traîner en longueur
inglésslow down
italianodecelerare
portuguésafrouxar; amortecer; atrasar; travar