Información sobre la palabra toezenden (neerlandés → Esperanto: alsendi)

Sinónimos: inzenden, toesturen

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) zend toe(ik) zond toe
(jij) zendt toe(jij) zond toe
(hij) zendt toe(hij) zond toe
(wij) zenden toe(wij) zonden toe
(jullie) zenden toe(jullie) zonden toe
(gij) zendt toe(gij) zondt toe
(zij) zenden toe(zij) zonden toe
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) toezende(dat ik) toezonde
(dat jij) toezende(dat jij) toezonde
(dat hij) toezende(dat hij) toezonde
(dat wij) toezenden(dat wij) toezonden
(dat jullie) toezenden(dat jullie) toezonden
(dat gij) toezendet(dat gij) toezondet
(dat zij) toezenden(dat zij) toezonden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
zend toezendt toe
Participios
Participio presenteParticipio pasado
toezendend, toezendende(hebben) toegezonden

Traducciones

alemánzuweisen
esperantoalsendi