Información sobre la palabra aanmeten (neerlandés → Esperanto: almezuri)

Sinónimo: toemeten

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈametə(n)/
Separaciónaan·me·ten

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) meet aan(ik) mat aan
(jij) meet aan(jij) mat aan
(hij) meet aan(hij) mat aan
(wij) meten aan(wij) maten aan
(jullie) meten aan(jullie) maten aan
(gij) meet aan(gij) mat aan
(zij) meten aan(zij) maten aan
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) aanmete(dat ik) aanmate
(dat jij) aanmete(dat jij) aanmate
(dat hij) aanmete(dat hij) aanmate
(dat wij) aanmeten(dat wij) aanmaten
(dat jullie) aanmeten(dat jullie) aanmaten
(dat gij) aanmetet(dat gij) aanmatet
(dat zij) aanmeten(dat zij) aanmaten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
meet aanmeet aan
Participios
Participio presenteParticipio pasado
aanmetend, aanmetende(hebben) aangemeten

Traducciones

alemánanpassen
esperantoalmezuri
frisón de Saterlandanpaasje
ingléstake one’s measure for
polacoprzymierzyć