Información sobre la palabra aankweken (neerlandés → Esperanto: kulturi)

Sinónimos: bebouwen, beschaven

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈaŋkʋekə(n)/
Separaciónaan·kwe·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) kweek aan(ik) kweekte aan
(jij) kweekt aan(jij) kweekte aan
(hij) kweekt aan(hij) kweekte aan
(wij) kweken aan(wij) kweekten aan
(jullie) kweken aan(jullie) kweekten aan
(gij) kweekt aan(gij) kweektet aan
(zij) kweken aan(zij) kweekten aan
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) aankweke(dat ik) aankweekte
(dat jij) aankweke(dat jij) aankweekte
(dat hij) aankweke(dat hij) aankweekte
(dat wij) aankweken(dat wij) aankweekten
(dat jullie) aankweken(dat jullie) aankweekten
(dat gij) aankweket(dat gij) aankweektet
(dat zij) aankweken(dat zij) aankweekten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
kweek aankweekt aan
Participios
Participio presenteParticipio pasado
aankwekend, aankwekende(hebben) aangekweekt

Traducciones

alemánausbilden; hegen; kultivieren; veredeln; verfeinern
catalánconrear; cultivar
españolcultivar
esperantokulturi
finésviljellä
francéscultiver
italianocoltivare
latíncolere
papiamentokultivá
portuguésamanhar; cultivar
sranan tongokweki
suecoavla