Información sobre la palabra wegtrekken (neerlandés → Esperanto: formigri)

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈʋɛxtrɛkə(n)/
Separaciónweg·trek·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) trek weg(ik) trok weg
(jij) trekt weg(jij) trok weg
(hij) trekt weg(hij) trok weg
(wij) trekken weg(wij) trokken weg
(jullie) trekken weg(jullie) trokken weg
(gij) trekt weg(gij) trokt weg
(zij) trekken weg(zij) trokken weg
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) wegtrekke(dat ik) wegtrokke
(dat jij) wegtrekke(dat jij) wegtrokke
(dat hij) wegtrekke(dat hij) wegtrokke
(dat wij) wegtrekken(dat wij) wegtrokken
(dat jullie) wegtrekken(dat jullie) wegtrokken
(dat gij) wegtrekket(dat gij) wegtrokket
(dat zij) wegtrekken(dat zij) wegtrokken
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
trek wegtrekt weg
Participios
Participio presenteParticipio pasado
wegtrekkend, wegtrekkende(zijn) weggetrokken

Muestras de uso

Jongeren trokken steeds vaker weg om elders hun fortuin te zoeken.
Maar het is moeilijk een geheel dorp te doen wegtrekken.

Traducciones

esperantoformigri