Información sobre la palabra wegzetten (neerlandés → Esperanto: formeti)

Sinónimos: bewaren, opbergen, wegleggen

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) zet weg(ik) zette weg
(jij) zet weg(jij) zette weg
(hij) zet weg(hij) zette weg
(wij) zetten weg(wij) zetten weg
(jullie) zetten weg(jullie) zetten weg
(gij) zet weg(gij) zettet weg
(zij) zetten weg(zij) zetten weg
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) wegzette(dat ik) wegzette
(dat jij) wegzette(dat jij) wegzette
(dat hij) wegzette(dat hij) wegzette
(dat wij) wegzetten(dat wij) wegzetten
(dat jullie) wegzetten(dat jullie) wegzetten
(dat gij) wegzettet(dat gij) wegzettet
(dat zij) wegzetten(dat zij) wegzetten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
zet wegzet weg
Participios
Participio presenteParticipio pasado
wegzettend, wegzettende(hebben) weggezet

Traducciones

alemánbergen; suspendieren; zurücklegen; aufbewahren
esperantoformeti
feroésbeina burtur
francésenlever; ôter
frisón de Saterlandbierge; bewoarje; apbierge
frisón occidentalbergje
inglésput away