Información sobre la palabra wegvloeien (neerlandés → Esperanto: forflui)

Sinónimos: afvloeien, weglopen

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(hij) vloeit weg(hij) vloeide weg
(zij) vloeien weg(zij) vloeiden weg
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat hij) wegvloeie(dat hij) wegvloeide
(dat zij) wegvloeien(dat zij) wegvloeiden
Participios
Participio presenteParticipio pasado
wegvloeiend, wegvloeiende(zijn) weggevloeid

Traducciones

alemánwegfließen; ausströmen; zerrinnen
esperantoforflui
francésdégager
frisón de Saterlandouloope
frisón occidentalfuortrinne
inglésflow down; flow off