Información sobre la palabra verpleegster (neerlandés → Esperanto: flegistino)

Sinónimos: ziekenverpleegster, ziekenzuster, zuster, pleegzuster

Categoría gramaticalsustantivo
Pronunciación/vərˈplexstər/
Separaciónver·pleeg·ster
Génerofeminino
Pluralverpleegsters

Diminutivo
SingularPlural
verpleegstertjeverpleegstertjes

Muestras de uso

Hij keek even in de richting van de verpleegster, die naar de badkamer gegaan was en nu weer terugkeerde.
Haar gezondheid ging achteruit en ze had een echte verpleegster nodig.
Verpleegsters of leden van het marinepersoneel hadden geen toegang en ik was van de buitenwereld afgesloten.
Van tijd tot tijd kwam een verpleegster binnen.

Traducciones

afrikáansverpleegster
albanésmotër; infermiere
alemánKrankenschwester
cataláninfermera
criolla jamaiquinanars
checoošetřovatelka; zdravotní sestra
danéssygeplejerske
españolenfermera
esperantoflegistino
francésinfirmière
frisón de SaterlandKroankensuster
frisón occidentalferpleechster
húngaroápolónő
inglésnurse; nursing‐sister
italianoinfermiera
malayojururawat
noruegosykepleierske
papiamentonùrs; zùster; verplester
portuguésenfermeira
suajilimlezi
suecosjuksköterska
tagalonars
tailandésพยาบาล
turcobakıcı