Información sobre la palabra vormgeven (neerlandés → Esperanto: fasoni)

Sinónimo: vormen

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) geef vorm(ik) gaf vorm
(jij) geeft vorm(jij) gaf vorm
(hij) geeft vorm(hij) gaf vorm
(wij) geven vorm(wij) gaven vorm
(jullie) geven vorm(jullie) gaven vorm
(gij) geeft vorm(gij) gaaft vorm
(zij) geven vorm(zij) gaven vorm
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) vormgeve(dat ik) vormgave
(dat jij) vormgeve(dat jij) vormgave
(dat hij) vormgeve(dat hij) vormgave
(dat wij) vormgeven(dat wij) vormgaven
(dat jullie) vormgeven(dat jullie) vormgaven
(dat gij) vormgevet(dat gij) vormgavet
(dat zij) vormgeven(dat zij) vormgaven
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
geef vormgeeft vorm
Participios
Participio presenteParticipio pasado
vormgevend, vormgevende(hebben) vormgegeven

Traducciones

alemánFasson geben
esperantofasoni
ingléscut; make to measure