Información sobre la palabra declareren (neerlandés → Esperanto: fakturi)

Sinónimo: factureren

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/deklaˈrerə(n)/
Separaciónde·cla·re·ren

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) declareer(ik) declareerde
(jij) declareert(jij) declareerde
(hij) declareert(hij) declareerde
(wij) declareren(wij) declareerden
(jullie) declareren(jullie) declareerden
(gij) declareert(gij) declareerdet
(zij) declareren(zij) declareerden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) declarere(dat ik) declareerde
(dat jij) declarere(dat jij) declareerde
(dat hij) declarere(dat hij) declareerde
(dat wij) declareren(dat wij) declareerden
(dat jullie) declareren(dat jullie) declareerden
(dat gij) declareret(dat gij) declareerdet
(dat zij) declareren(dat zij) declareerden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
declareerdeclareert
Participios
Participio presenteParticipio pasado
declarerend, declarerende(hebben) gedeclareerd

Traducciones

alemánfakturieren
esperantofakturi
frisón occidentalfakturearje
inglésinvoice; bill
portuguésfacturar