Información sobre la palabra opwekken (neerlandés → Esperanto: elvoki)

Sinónimos: veroorzaken, wekken, oproepen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈɔpʋɛkə(n)/
Separaciónop·wek·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) wek op(ik) wekte op
(jij) wekt op(jij) wekte op
(hij) wekt op(hij) wekte op
(wij) wekken op(wij) wekten op
(jullie) wekken op(jullie) wekten op
(gij) wekt op(gij) wektet op
(zij) wekken op(zij) wekten op
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) opwekke(dat ik) opwekte
(dat jij) opwekke(dat jij) opwekte
(dat hij) opwekke(dat hij) opwekte
(dat wij) opwekken(dat wij) opwekten
(dat jullie) opwekken(dat jullie) opwekten
(dat gij) opwekket(dat gij) opwektet
(dat zij) opwekken(dat zij) opwekten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
wek opwekt op
Participios
Participio presenteParticipio pasado
opwekkend, opwekkende(hebben) opgewekt

Traducciones

esperantoelvoki
ingléscause; lead to; evoke