Información sobre la palabra aanstrijken (neerlandés → Esperanto: frotbruligi)

Sinónimo: afstrijken

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈanstrɛɪ̯kə(n)/
Separaciónaan·strij·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) strijk aan(ik) streek aan
(jij) strijkt aan(jij) streek aan
(hij) strijkt aan(hij) streek aan
(wij) strijken aan(wij) streken aan
(jullie) strijken aan(jullie) streken aan
(gij) strijkt aan(gij) streekt aan
(zij) strijken aan(zij) streken aan
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) aanstrijke(dat ik) aanstreke
(dat jij) aanstrijke(dat jij) aanstreke
(dat hij) aanstrijke(dat hij) aanstreke
(dat wij) aanstrijken(dat wij) aanstreken
(dat jullie) aanstrijken(dat jullie) aanstreken
(dat gij) aanstrijket(dat gij) aanstreket
(dat zij) aanstrijken(dat zij) aanstreken
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
strijk aanstrijkt aan
Participios
Participio presenteParticipio pasado
aanstrijkend, aanstrijkende(hebben) aangestreken

Muestras de uso

Hij overhandigde haar een sigaret, streek een lucifer aan en hulde zich in een blauwe rookwolk.

Traducciones

esperantofrotbruligi; frotflamigi
inglésstrike