Información sobre la palabra meanderen (neerlandés → Esperanto: meandri)

Sinónimo: slingeren

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/meˈjɑndərə(n)/
Separaciónme·an·de·ren

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(het) meandert(het) meanderde
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat het) meandere(dat het) meanderde
Participio pasado
(heeft) gemeanderd

Muestras de uso

Hij kon het land overzien tot aan de meanderende Shirki, en aan de andere kant tot de heuvels die de vallei afsloten.

Traducciones

esperantomeandri
inglésmeander