Información sobre la palabra bespoedigen (neerlandés → Esperanto: progresigi)

Sinónimos: bevorderen, vooruitbrengen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/bəˈspudəɣə(n)/
Separaciónbe·spoe·di·gen

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) bespoedig(ik) bespoedigde
(jij) bespoedigt(jij) bespoedigde
(hij) bespoedigt(hij) bespoedigde
(wij) bespoedigen(wij) bespoedigden
(jullie) bespoedigen(jullie) bespoedigden
(gij) bespoedigt(gij) bespoedigdet
(zij) bespoedigen(zij) bespoedigden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) bespoedige(dat ik) bespoedigde
(dat jij) bespoedige(dat jij) bespoedigde
(dat hij) bespoedige(dat hij) bespoedigde
(dat wij) bespoedigen(dat wij) bespoedigden
(dat jullie) bespoedigen(dat jullie) bespoedigden
(dat gij) bespoediget(dat gij) bespoedigdet
(dat zij) bespoedigen(dat zij) bespoedigden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
bespoedigbespoedigt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
bespoedigend, bespoedigende(hebben) bespoedigd

Muestras de uso

Wie weet bespoedigt het de zaken enorm.

Traducciones

afrikáansbevorder
alemánfördern
esperantoprogresigi
frisón occidentalbefoarderje
inglésadvance; progress
papiamentoaktivá
suecobefordra; befrämja; gynna