Información sobre la palabra zich presenteren (neerlandés → Esperanto: prezenti sin)

Sinónimos: zich voorstellen, zich melden

Categoría gramaticalverbo reflexivo
Separaciónzich pre·sen·te·ren

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) presenteer mij(ik) presenteerde mij
(jij) presenteert je(jij) presenteerde je
(hij) presenteert zich(hij) presenteerde zich
(wij) presenteren ons(wij) presenteerden ons
(jullie) presenteren ons(jullie) presenteerden ons
(gij) presenteert u(gij) presenteerdet u
(zij) presenteren zich(zij) presenteerden zich
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) mij presentere(dat ik) mij presenteerde
(dat jij) je presentere(dat jij) je presenteerde
(dat hij) zich presentere(dat hij) zich presenteerde
(dat wij) ons presenteren(dat wij) ons presenteerden
(dat jullie) ons presenteren(dat jullie) ons presenteerden
(dat gij) u presenteret(dat gij) u presenteerdet
(dat zij) zich presenteren(dat zij) zich presenteerden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
presenteer jepresenteert je
Participios
Participio presenteParticipio pasado
zich presenterend, zich presenterende(hebben) zich gepresenteerd

Muestras de uso

Vrijdag verscheen de generaal op de staatstelevisie en presenteerde hij zich als de nieuwe leider van het land.