Información sobre la palabra controleren (neerlandés → Esperanto: regi)

Sinónimo: regeren

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/kɔntroˈleːrə(n)/
Separacióncon·tro·le·ren

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) controleer(ik) controleerde
(jij) controleert(jij) controleerde
(hij) controleert(hij) controleerde
(wij) controleren(wij) controleerden
(jullie) controleren(jullie) controleerden
(gij) controleert(gij) controleerdet
(zij) controleren(zij) controleerden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) controlere(dat ik) controleerde
(dat jij) controlere(dat jij) controleerde
(dat hij) controlere(dat hij) controleerde
(dat wij) controleren(dat wij) controleerden
(dat jullie) controleren(dat jullie) controleerden
(dat gij) controleret(dat gij) controleerdet
(dat zij) controleren(dat zij) controleerden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
controleercontroleert
Participios
Participio presenteParticipio pasado
controlerend, controlerende(hebben) gecontroleerd

Muestras de uso

Volgens Colijn zijn de Russen ondanks hun verliezen nog wel degelijk in staat Kiëv te bezetten en controleren en kunnen ze de Oekraïners militair verslaan.
Israël heeft een luchtaanval uitgevoerd op de door Houthi‐rebellen gecontroleerde Rode‐Zeehaven Ḥudayda in Jemen.

Traducciones

alemánkontrollieren
bajo sajónregeren
esperantoregi
francéscontrôler
ingléscontrol