Información sobre la palabra bedreigen (neerlandés → Esperanto: minaci)

Sinónimo: dreigen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/bəˈdrɛɪ̯ɣə(n)/
Separaciónbe·drei·gen

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) bedreig(ik) bedreigde
(jij) bedreigt(jij) bedreigde
(hij) bedreigt(hij) bedreigde
(wij) bedreigen(wij) bedreigden
(jullie) bedreigen(jullie) bedreigden
(gij) bedreigt(gij) bedreigdet
(zij) bedreigen(zij) bedreigden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) bedreige(dat ik) bedreigde
(dat jij) bedreige(dat jij) bedreigde
(dat hij) bedreige(dat hij) bedreigde
(dat wij) bedreigen(dat wij) bedreigden
(dat jullie) bedreigen(dat jullie) bedreigden
(dat gij) bedreiget(dat gij) bedreigdet
(dat zij) bedreigen(dat zij) bedreigden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
bedreigbedreigt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
bedreigend, bedreigende(hebben) bedreigd

Muestras de uso

Volgens Tokajev wordt Almaty bedreigd door „twintigduizend bandieten”.
De spanningen tussen de VS en Europa lopen zo hoog op, dat zelfs de NAVO wordt bedreigd.

Traducciones

alemánbedrohen; drohen
bajo sajónbedreigen
esperantominaci
inglésmenace; threaten