Información sobre la palabra denken (neerlandés → Esperanto: pensi)

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈdɛŋkə(n)/
Separaciónden·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) denk(ik) dacht
(jij) denkt(jij) dacht
(hij) denkt(hij) dacht
(wij) denken(wij) dachten
(jullie) denken(jullie) dachten
(gij) denkt(gij) dacht
(zij) denken(zij) dachten
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) denke(dat ik) dachte
(dat jij) denke(dat jij) dachte
(dat hij) denke(dat hij) dachte
(dat wij) denken(dat wij) dachten
(dat jullie) denken(dat jullie) dachten
(dat gij) denket(dat gij) dachtet
(dat zij) denken(dat zij) dachten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
denkdenkt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
denkend, denkende(hebben) gedacht

Muestras de uso

Zo denkende passeerde hij Slot Bommelstein, waar heer Bommel net bezig was met het verzorgen van zijn tuin.

Traducciones

afrikáansdink
esperantopensi
frisón occidentaltinke
inglésthink